Twintig borden. Twintig keer anders.
Ik dacht aan tafels waar een stoel leeg blijft. Aan spaghetti — het eten van samen zijn. Dat wou ik op klei zetten.
Ik begon elk bord zonder plan. De eerste haal bepaalde de rest. Ik heb niks gecorrigeerd; een bord dat te net is, liegt.
Halverwege maakte ik niet meer voor mezelf, maar voor de mensen van het Berrefonds. Voor wie een plek aan tafel mist.
Deze borden zijn geen servies. Het zijn twintig momenten.